Jongensgedrag

Jongensgedrag in de kinderopvang

Al de eerste dag na de geboorte blijken jongensbaby’s langer naar objecten te kijken en meisjesbaby’s langer naar gezichten. Meisjes kiezen als baby’s vaak zachte en zacht gekleurde knuffels dan jongens; zij kiezen eerder voor hardere knuffels met fellere kleuren. Meisjesbaby’s zijn gevoeliger voor aanraking en geluid dan jongens en jongens zijn als baby actiever en langer wakker.

Op peuterleeftijd spelen zowel jongens als meisjes met van alles. Toch is er wel een onderscheid te maken in de manier waarop er gespeeld wordt. Meisjes spelen, net als jongens, met auto’s. De jongens laten de auto’s niet alleen rijden; ze botsen ermee, laten de auto’s ‘duikelingen’ maken en slaan ermee op de grond. Als de pedagogisch medewerker klei uitdeelt, maken de meeste meisjes balletjes, slangetjes etc. De jongens houden dat maar even vol. Jongens willen meer ontdekken. Ze willen weten hoe sterk de klei is en proberen het plat te duwen of met je vuist erop te slaan. Ze onderzoeken of de klei blijft plakken, bijvoorbeeld aan de bank. Bij hetzelfde speelgoed onderzoeken jongens dus meer; hoe het in elkaar zit, wat ‘kan’ het?

Wat is nu de oorzaak van deze verschillen? Jongens hebben meer testosteron dan meisjes. Hierdoor zijn ze beweeglijker en energieker en staan ze vaak meer fysiek in de wereld. De grove motoriek, gevoel voor ruimte, beweging en het visuele brein zijn bij jongens vaak sterk ontwikkeld. De fijne motoriek (bijv. schrijven) ontwikkelt zich meestal wat later dan bij meisjes. Ook de taal komt gemiddeld bij jongens wat later tot volle ontwikkeling. Jongens leren meer dan meisjes door te experimenteren en hebben vaak meer oog voor het benutten van mogelijkheden dan voor risico’s en veiligheid zoals meisjes dat hebben. Jongens zijn door hun experimenteerdrang nieuwsgierig en tasten meer (fysieke)grenzen af. Meisjes kunnen zich verbaal beter uitdrukken en hebben een groter empatisch vermogen. Dit laatste zou een mindere experimenteerzucht t.o.v. de jongens kunnen verklaren. Bij een groter empatisch en voorstellingsvermogen hoef je misschien niet eerst te ervaren zoals jongens dat meer doen tijdens het experimenteren. Klinkt dat waarschijnlijk?

Wat betekent dat alles voor de benadering van jongens en meisjes? Om de vraag te kunnen beantwoorden kijken we naar de verschillen tussen mannen en vrouwen. In de omgang met kinderen zijn ook hierin ‘typische’ verschillen te ontdekken. Mannen benaderen kinderen met wat meer humor, corrigeren meestal wat directer (met minder woorden) en laten jongens meer hun gang gaan. Vrouwen zitten er veel meer ‘bovenop’ in hun benadering, ze willen graag reguleren en gebruiken hier gemiddeld meer taal voor.

Het typische vrouwen gedrag in de benadering naar kinderen sluit dus niet altijd aan op het verbale vermogen en het typische experimenteer gedrag van de jongens volgens L. Woltring. Dit is dan ook juist het punt waar vaak over geschreven wordt. Hoe kan een jongen zich goed ontwikkelen op een kinderdagverblijf, school etc. waar de meeste medewerkers vrouwen zijn? Volgens L. Woltering moet je een aantal zaken in de gaten houden in de benadering van jongens in een ‘vrouwen omgeving’. Hij noemt onder andere: de manier van communiceren, aanbod van speelgoed en voldoende bewegingsruimte.

Hoe vullen we dit alles in bij Altijd Lente?

De pedagogisch medewerkers bij Altijd Lente communiceren afgepast aan het niveau van de kinderen en dagen de kinderen uit tot nadenken; ‘waar hoort deze bal?’ De pedagogisch medewerkers communiceren met de kinderen op een duidelijke manier; met korte zinnen en in correct Nederlands zodat ook de ‘typische’ jongens hier ook mee uit de voeten kunnen. Uitdagend speelgoed kan voor elk kind ander speelgoed betekenen. Voor jongens is het belangrijk dat ze kunnen onderzoeken en hun fysieke grenzen te leren kennen. Op Altijd Lente hebben we speelgoed zoals grote blokken, gereedschapskist met hamers, schroeven etc. en de gym spullen die hierop goed aansluiten. Jongens krijgen hierdoor de kans te sjouwen, bouwen, uit elkaar halen en ze fysiek uit te dagen zodat ze zich sterk kunnen voelen. Tijdens vrij spel kiezen de kinderen zelf waar ze mee willen spelen en waar dus op dat moment hun interesse ligt.

Voldoende bewegingsvrijheid is van belang voor de ontwikkeling van kinderen zowel jongens als meisjes. Op de babygroepen liggen daarom grote matten zodat de baby’s ongestoord kunnen rollen, tijgeren kortom oefenen. Ook hebben ze mogelijkheden om zich op te trekken aan rails, box en tafeltjes. Op beide peutergroepen is er een klimhuis geplaatst met een trap en een glijbaan en gaan we natuurlijk vaak naar buiten.

Naast deze bewegingsvrijheid besteden we veel aandacht aan het bewegen zelf en het kwijt kunnen raken van energie. De pedagogisch medewerkers en kinderen doen aan peutergym of peuter yoga en leggen parcourtjes af waarbij er geklommen, gekropen, gegleden, gesprongen etc. kan worden. Voor het gymmen hebben we voor zowel de baby’s als de peuters gym spullen en ook een gymprogramma met allerlei oefeningen die op een speelse wijze aan de groep wordt aangeboden. Daarnaast wordt er veel gedanst; even zonder regels op de muziek bewegen! Even lekker je energie kwijt!

Voor bovenstaande tekst zijn er gegevens uit onderzoeken gebruikt van o.a. van L. Woltring en M. Delfos.

Dit artikel is afkomstig uit de nieuwsbrief van Altijd Lente ‘De Lentekolder’ in de rubriek ‘Altijd in Ontwikkeling’.

| maandag 4 april 2011 | 1 reactie »

Kindercentrum Altijd Lente

020 672 21 05


Vestiging 1 & postadres:
Willemsparkweg 211 H
1071 HC Amsterdam
Registratie 137157587

Vestiging 2:
Willemsparkweg 148 O
1071 HS Amsterdam
Registratie 135535359

Registratienummers Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB):
100008283 (211), 10033105 (148)

Kindercentrum Altijd Lente. Al 15 jaar niet zomaar een kinderdagverblijf