Positief opvoeden

Nee!

In juni is de openbare ouderraadvergadering geweest waarin ik een presentatie heb gegeven over het positief opvoeden; hoe ga je ermee om als je kind iets anders wil dan jij. Hier sluit dit op aan. Deze keer aandacht voor de fameuze ‘nee’ fase.

De ‘nee’ fase, wat is dat nou precies? Het is een fase waarin een peuter zich verzet tegen volwassenen. De leeftijd van de peuter varieert van ongeveer 2 tot 4 jaar, hoewel er vaak al ‘voortekenen’ zijn rond de 1,5 jaar. In een koppige bui van de peuter maakt het vaak niet uit wat je vraagt of zegt het antwoord is, jawel, NEE! Dit verzet kan ook tot boze driftbuien leiden.

Het verzet van een kind in deze leeftijd is een teken van ontwikkeling. Het zelfbewustzijn van de peuter groeit en de peuter ontdekt dat hij/zij controle heeft over situaties. De peuter ervaart dit door bijv. iets anders te doen dan dat van haar/hem gevaagd wordt. Vaak door juist het tegenovergestelde te doen (als je vraagt ‘kom je?’ dan lopen ze juist weg!). In deze fase draag je juist bij aan deze ontwikkeling als kinderen de kans krijgen om deze kleine momenten van controle te krijgen en te ervaren (en anders het gevoel krijgen dat hetgeen dat zij willen niet wordt afgekeurd of doorbroken als iets niet kan). Dit zorgt o.a. voor meer zelfwaardering bij het kind en een positieve sfeer. Maar hoe doe je dat? En hoe kun je dan een strijd voorkomen?

  • Je kunt het verzet van de peuter benaderen met wat humor. Loopt de peuter juist weg in plaats van naar jou toe, maak er dan een pakspelletje van i.p.v. boos te worden omdat de peuter niet luistert. Ook expres het verkeerde laten zien maakt ook dat de peuter eerder meebeweegt; trek een trui verkeerd aan of ruim de puzzels op in de badkamer. Vaak komt de peuter je dan ‘te hulp’.
  • Je kunt de peuter afleiden. Wil de peuter bijvoorbeeld zijn broek niet aan, begin dan over iets anders bijvoorbeeld over het kinderboerderij bezoekje van gister en vraag naar de dieren die hij gezien heeft. Op deze manier ‘vergeet’ de peuter dat hij zijn broek niet aanwilde. Oudere peuters zijn wel wat moeilijker af te leiden dan de jongere.
  • Je kunt de peuter een alternatief bieden.

De peuter wil bijvoorbeeld graag buiten fietsen maar dit kan niet omdat het regent buiten. Peuters zijn gebaat bij uitleg maar dit is vaak nog niet voldoende, de peuter kan blijven vasthouden aan het buiten fietsen. Sta stil bij het gevoel door het te benoemen en stel dan iets voor waar hij wel op dat moment mee kan spelen. Werkt dit niet helemaal dan kun je het nog meer kracht bij zetten door te vragen om ‘samen’ te spelen. Je helpt de peuter dan weer op gang in zijn spel.

Is de peuter al iets ouder dan is een optie om aan te geven wanneer iets wél kan, bijvoorbeeld als het straks droog is buiten, dan mag je fietsen. Of als een peuter wil spelen als het aan het eten is dan kun je vertellen wanneer het wel kan namelijk ‘als je je boterham op hebt, dan mag je spelen’.

Mag iets niet, vertel wat wel mag! Bijvoorbeeld ‘je mag niet met je voeten onder het kleed’ lokt vaak bij een peuter uit dat de voeten er nog net een stukje verder onder gaan. Terwijl als je zegt: ‘leg je voeten maar op het kleed’ dan zullen ze dit wel doen. Je stelt je dan alternatief gedrag voor.

  • Je kunt ook een alternatieve plek bieden. Als een peuter wil fietsen op een te drukke plek dan kun je de ruimte kaderen. Teken met krijt een baan waar hij wel mag rijden. Een ander voorbeeld; stoort de ene peuter de andere in spel door een dansactiviteit, maak dan een dansvloer van bijv. een speelmat.
  • Je kunt de peuter laten kiezen. Wil de peuter geen schoenen aan, dan kan het helpen om de peuter de volgende keer bijvoorbeeld te laten kiezen welke schoenen hij aan wil. Geen keuze qua schoenen voor handen dan is er nog de keus; wil je het zelf doen of zal ik je helpen? Als een peuter in deze fase het gevoel heeft zelf een keuze te mogen maken dan zal het verzet waarschijnlijk verminderen.
  • Je kunt de vraag negeren. De peuter wil voor de zoveelste keer een snoepje maar jij vindt het nu echt genoeg. Je kunt dan uitleggen waarom jij het genoeg vindt. De peuter zal waarschijnlijk nog doorvragen daarna. Je kunt dan het moment duidelijk afronden door bijvoorbeeld te benoemen dat je iets anders gaat doen; de was opvouwen. Als je verder niet op meer ingaat op de snoep vraag en dus de vraag negeert (je hebt immers al duidelijk antwoord gegeven) dan ga je de strijd niet aan en zal het verzet afnemen.

Natuurlijk zijn er ook zaken waarin er geen ‘keuze’ is voor de peuter. Dit zijn situaties die gevaarlijk of ongezond zijn. Stel in gevaarlijke/ongezonde situaties dan ook een duidelijke grens. Naast de situaties waarin er gevaar dreigt of die ongezond zijn, zijn er nog voor de peuters wel kleine ‘overwinningen’ te behalen waarin de peuter het gevoel heeft zelf te kunnen bepalen. Deze ’overwinningen’ zijn belangrijk om het gevoel te creëren dat hun mening er toe doet, wat positief bijdraagt aan het gevoel van eigenwaarde en de ontwikkeling van de zelfstandigheid.

Door Vanessa Meerhoff, 17 aug 2011

| woensdag 24 augustus 2011 | 1 reactie »

Kindercentrum Altijd Lente

020 672 21 05


Vestiging 1 & postadres:
Willemsparkweg 211 H
1071 HC Amsterdam
Registratie 137157587

Vestiging 2:
Willemsparkweg 148 O
1071 HS Amsterdam
Registratie 135535359

Registratienummers Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB):
100008283 (211), 10033105 (148)

Kindercentrum Altijd Lente. Al 15 jaar niet zomaar een kinderdagverblijf