Interacties tussen kinderen

De pedagogisch medewerker bevordert positieve interactie

Dit jaar is er een groot onderzoek afgerond naar pedagogische kwaliteit door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO). Uit dit onderzoek blijkt o.a. dat pedagogisch medewerkers gemiddeld minder scoren op ‘het begeleiden van interacties tussen kinderen’.

M. Riksen-Walraven heeft de sensitief responsieve houding beschreven. Deze bestaat uit 6 interactievaardigheden, waaronder ‘het begeleiden van interacties’. Deze vaardigheid heeft betrekking op de mate waarin de pedagogisch medewerker aandacht besteed aan positieve interacties tussen kinderen en deze probeert te bevorderen.

  • Hoe kun je positieve ervaringen bij kinderen stimuleren?
  • En de negatieve patronen tussen kinderen ombuigen, zodat ze niet uitbreiden?
  • En hoe zorg je er spelenderwijs voor dat de kinderen normen en waarden meekrijgen?

Jonge kinderen hebben al vroeg een sociaal leven met elkaar. Zodra kinderen mobieler worden tonen ze meer belangstelling voor elkaar. Dat begint al bij het kunnen draaien van het hoofd, naar andere kinderen toe. Kinderen leren door naar elkaar te kijken, te imiteren en elkaar uit te dagen. Kinderen checken daarbij regelmatig af bij volwassenen en op de groep bij de pedagogisch medewerker, door te kijken wat de medewerker ervan vindt. Is het bijv. goed, leuk of gevaarlijk? Kinderen maken op zo’n moment ook kennis met de sociale normen en waarden.

Om ervoor te zorgen dat negatieve patronen niet uitbreiden, kun je de nadruk leggen op wat wel mag en dus positieve interactie is. Voorbeelden van deze positieve interacties zijn: naar elkaar luisteren, samen plezier te maken, elkaar helpen, samen conflicten oplossen en rekening te houden met elkaar. Stoppen van gedrag dat niet mag, is voor jonge kinderen moeilijker dan het opvolgen van de aanwijzingen voor goed gedrag. Bovendien leren ze, door de nadruk op de positieve interacties, ‘goed’ alternatief gedrag wat ze in een andere situatie weer in kunnen passen.

Een dag Altijd Lente zit vol sociale momenten en dus ook mogelijkheid tot bevorderen van positieve interacties tussen de kinderen door de meewerkers. Hoe kun je hier actief aandacht aanbesteden? En hoe zien we dat terug bij de kinderen?

Het begint al bij binnenkomst door kinderen positief attent te maken op elkaar: “Kijk eens wie we daar hebben, goedemorgen…! Zien jullie dat?”. Door veel namen te benoemen leren de kinderen elkaar goed kennen en voelen ze zich gekend. Een kind dat wijst en ‘baby’ zegt kan beantwoord worden met: “Ja, dat is Janneke, Janneke is een baby”. Zo krijgt ook Janneke een eigen plek in de groep.

Een ander voorbeeld op de babygroep:
Medewerker deelt de slabbetjes uit aan de kinderen aan tafel. Ze geeft bij elk slabbetje aan ’en deze is voor…’. Kinderen voelen zich ‘gezien’, kijken naar elkaar en checken ook weer af bij de medewerker. Lacht de medewerker omdat een kindje enthousiast de slabber ontvangt? Grote kans dat andere kinderen dit imiteren en ook enthousiast gaan reageren. Door dit vaker te herhalen wordt het een ritueel en weten kinderen wat er komt. Dit zorgt voor rust en de mogelijkheid om volledig gericht te zijn op elkaar en te ontwikkelen op sociaal gebied.

Samen eten is een gezellig sociaal gebeuren. Kinderen leren de regeltjes die sociaal ‘gepast’ zijn aan tafel. We zitten met zijn allen aan tafel als we eten, ‘alsjeblieft’ en ‘dank je wel’ etc. Het is ook het moment voor een praatje: “Wat heb jij gedaan vanmorgen? Wat zullen we vanmiddag doen?” Ook de tafel gezellig maken door te dekken met bordjes, een broodmand en een lichtje op tafel tijdens donkere herfst dagen etc. Alle kinderen van brood en melk voorzien kan niet in een keer, en het is wel zo gezellig als we gezamenlijk zingen en gaan eten. Kinderen worden zich bewust van elkaar door vragen als: ‘Kunnen we al beginnen? Heeft iedereen een boterham?’

Kinderen leren dat er verschillen zijn tussen kinderen en leren rekening houden met elkaar. Ze leren dat kleine peuters soms wel van tafel mogen omdat het voor hen nog moeilijk is om lang stil te zitten, dat grote peuters al zelf boterhammen kunnen smeren en wiebelen aan tafel kan je buurman of buurvrouw leuk vinden of juist helemaal niet.

Oudere kinderen leren steeds beter samen spelen. Daarnaast is het eigen spel ook in ontwikkeling; groei in duur en concentratie. Kinderen hebben dus ook ruimte nodig om zelf te spelen en niet alleen op anderen gericht zijn. Een ruimte in de groep om je terug te trekken is dan van belang en uitleg dat ‘Jan even alleen wil spelen’.

Bij het stimuleren van positieve interacties is ook de indeling van de ruimte belangrijk. Is een speelhoek te klein, dan zullen kinderen elkaar vaak in de weg zitten en zullen er negatieve interacties zijn. De speelplekken duidelijk afbakenen, door bijv. een mat neerleggen om op te bouwen, maakt ook dat (samen)spel meer verdiept.

Groepssamenstelling is ook een belangrijke factor. Vriendschappen (en dus positieve interacties en patronen) worden pas gesloten als kinderen elkaar kennen en zich veilig voelen op de groep. In een groep waar veel kinderen wisselen is dit dus lastiger. Denk daarbij aan kinderopvang waar kinderen een dag of zelfs halve dagen komen. Dit is o.a. de reden waarom Altijd Lente voor minimaal 2 dagen opvang aanbiedt.
Medewerkers kunnen ook bewust bijsturen als het gaat om een groepsamenstelling door op een dag door bijv. bepaalde kinderen een activiteit te laten doen om een verlegen kind verder te helpen in aangeven wat ze wil etc.

En wat zie je ervan terug? Kinderen kennen elkaar goed op de groep; ze reageren enthousiast bij het weerzien van elkaar en hebben soms een eigen gezamenlijk spel wat meteen start. Zo kunnen kinderen meteen ‘pakkertje’ gaan spelen door achter elkaar aan te rennen, te lachen en op de peutergroep elkaar te wijzen op eventuele monsters..zoals ze bijv. de dag ervoor gespeeld hebben. Een mooi voorbeeld van de peutergroep is dat kinderen elkaar aanspreken op sociale groepsafspraken. ‘Nee, we gaan nog niet van tafel, nog even wachten, bijna…’ Hieruit blijkt dat kinderen de afspraken goed kennen, naar elkaar kijken en deze afspraken op henzelf maar ook naar hun buurman aan tafel betrekking hebben. Zeker een compliment waard dus.

Gebruikte bron tevens leestip: Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar van Elly Singer en Loes Kleerekoper.

| maandag 12 december 2011 | 1 reactie »

Kindercentrum Altijd Lente

020 672 21 05


Vestiging 1 & postadres:
Willemsparkweg 211 H
1071 HC Amsterdam
Registratie 137157587

Vestiging 2:
Willemsparkweg 148 O
1071 HS Amsterdam
Registratie 135535359

Registratienummers Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB):
100008283 (211), 10033105 (148)

Kindercentrum Altijd Lente. Al 15 jaar niet zomaar een kinderdagverblijf