Author Archive

Peutersportdag, lekker bewegen en meer!

Binnen Altijd Lente bewegen we altijd al veel; we hebben een gym en yoga programma voor de peuters en op de babygroepen geven we de baby’s veel beweegruimte. De groepen hebben grote matten waar de baby’s naar hartenlust kunnen oefenen met rollen, zitten etc. Als extra hebben we deze zomer voor alle peuters een peutersportdag georganiseerd.

De organisatie van de peutersportdag ziet er als volgt uit. De peuters worden in kleine groepjes verdeeld. Elk team kiest een kleur en heeft een voor hen bekende medewerker als begeleider. Op deze manier is het vertrouwd en herkenbaar voor de kinderen en is er veel ruimte voor individuele aandacht. Alle activiteiten hebben een cijfer en er wordt om de 10 minuten doorgeschoven naar de volgende activiteit.

Wat leren kinderen nog meer van een sportdag? Uiteraard worden de kinderen motorisch uitgedaagd, ze proberen nieuwe bewegingen uit en tasten hun eigen fysieke grenzen af. Oog-hand coördinatie en ruimtelijk inzicht wordt gestimuleerd tijdens het gooien etc. Voorbeelden van de activiteiten zijn; hoepelgooien, lopen met een aardappel op lepel en met als favoriet het zaklopen.

Andere leermomenten kun je creëren door de juiste begeleiding te bieden. Door bijvoorbeeld met woorden aan te geven aan wat de kinderen doen of gaan doen, leren de kinderen nieuwe woorden maar ontwikkelen ook hun cognitie. Denk hierbij aan woorden als onderdoor, overheen, erlangs/achterlangs. Het nadoen van een oefening door de kinderen, doet een beroep op geheugen, concentratie en dus cognitie. Doordat de groepjes een kleur hebben leren kinderen spelenderwijs de kleuren. En door het doordraaien naar andere activiteiten maken kinderen kennis met tellen en cijfers.

Sociale vaardigheden leer je tevens door de juiste begeleiding. Kijkend naar activiteiten als kegels omgooien, met aardappel op lepel lopen, zien we dat deze activiteiten vooral gericht zijn op de sociale vaardigheid ‘om de beurt’. Wat leren kinderen hiervan?

Ten eerste leren de kinderen zich te presenteren/te laten zien binnen de groep. Dit kan spannend zijn en vraagt een ondersteunende houding van de medewerker. Doordat de sfeer positief en ondersteunend is draagt dit bij aan het zelfvertrouwen.

De kinderen moedigen elkaar aan en geven een applaus aan het eind. Kinderen lachen verlegen of glunderen van trots!

Ten tweede maken de andere kinderen spelenderwijs kennis met ‘op je beurt te wachten’ en dus eigen behoefte even uit te stellen. Dit maakt plaats voor waarden als; kijken naar elkaar, elkaar ondersteunen/helpen en elkaar aanmoedigen. De medewerkers geven hier het goed voorbeeld in.

Kinderen willen elkaar graag helpen; een ander kind schiet te hulp als de aardappel van de lepel valt, door de aardappel op te pakken en weer op de lepel te leggen.

Ten derde leren kinderen dat ‘samen zijn’ leuk kan zijn doordat ze samen dingen beleven, samen genieten en lol maken. Ze maken daarbij kennis met zaken als verdraagzaamheid en acceptatie. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen wat een 2 jarige peuter kan en wat een peuter van bijna 4 kan. Daarnaast heeft elk kind zijn talenten en andere interesse speelt ook een rol.

Deze laatste waarden sluiten aan bij de visie van Altijd Lente waar aandacht is voor specifieke waarden als: zelfrespect ontwikkelen, anderen en hun omgeving belangrijke uitgangspunten zijn. De waarden komen als vanzelf naar voren in de spellen, maar hoe besteden we binnen Altijd Lente in het pedagogisch handelen aandacht aan deze meer specifieke waarden?

Om te beginnen zorgen we voor een veilige basis; een vertrouwde groep. In de begeleiding wordt er benadrukt dat ieder kind erbij hoort. Activiteiten en rituelen worden aangepast zodat elk kind op zijn eigen niveau mee kan doen. Kinderen worden op hun niveau gestimuleerd en dit draagt bij aan het gevoel van veiligheid.

Of een kind de bal in één keer of in twee keer in de emmer gooit; beiden ontvangen applaus!

Daarnaast zorg je voor vertrouwde band tussen kinderen. Hiervoor worden de interacties tussen de kinderen begeleid; er wordt gepraat en naar elkaar geluisterd. Kinderen die erbuiten dreigen te vallen worden geholpen bij het vinden van een speelmaatje.

Alle kinderen worden om de beurt aangemoedigd bij een sport activiteit. Als medewerker geef je het goede voorbeeld en stimuleer je de kinderen dit te volgen.

Tot slot geeft de medewerker ruimte voor de autonomie van het kind. Medewerkers geven kinderen de ruimte om te experimenteren. Sommige activiteiten kunnen als ‘spannend’ worden ervaren. De kinderen bepalen hier zelf of ze mee willen doen of (nog) niet. Hierdoor ontwikkelen kinderen zelfvertrouwen en vaardigheden om zichzelf te redden.

Kinderen mogen meedoen, hoeft niet. Sommige kinderen doen graag ‘mee’ door te kijken.

Wegens succes wordt er in het najaar weer een peutersportdag georganiseerd. Naast een leuke, ook een zeer leerzame dag voor alle peuters!

Data en inschrijven > 25 juni 2013

Kindercentrum Altijd Lente organiseert voorlichtingsavonden voor (aanstaande) ouders die meer willen weten over onze opvang. Als je op onze wachtlijst staat ontvang je automatisch een uitnodiging. Als je nog niet staat ingeschreven en eerst graag wilt kennismaken kan dat ook, wij verzoeken je vriendelijk om dat per e-mail aan ons kenbaar te maken onder vermelding van het aantal personen.

Wij zullen deze avonden informatie geven over kinderopvang in zijn algemeenheid en uiteraard specifiek over ons eigen aanbod en pedagogisch beleid. Je krijgt gelegenheid om rond te kijken op de locatie en kennis te maken met het management, een pedagogisch medewerksters en een van de leden van de oudercommissie. Er is voldoende gelegenheid om vragen te stellen deze avond.

Zuidermarkt!

Wil je eerder kennismaken met ons? Kom dan zaterdag 8 juni langs op de Zuidermarkt (Jacob Obrechtplein). Op die dag bieden wij kinderen uit de buurt knutselactiviteiten aan en wordt er geschminkt door onze pedagogisch medewerksters. Ouders die een kindje verwachten geven wij graag informatie over onze werkwijze!

 

Data

25 juni 20.00 – 21.00 uur

Locatie

Willemsparkweg 148.

Aanmelden
Email adres voor aanmelding: info@altijdlente.nl (indien er geen aanmeldingen zijn gaat de avond niet door, dus vergeet ons niet te mailen!)

 
Openstaan voor anderen, je kunnen uiten in een groep en het ontwikkelen van een onderzoekende houding zijn belangrijke punten binnen het nieuwe programma voor peuters vanaf 3 jaar.

Op de peutergroepen komen kinderen van 2 tot 4 jaar. Er wordt hier gedurende deze periode op speelse wijze aandacht besteed aan de voorbereiding op school. Voorbeelden hiervan zijn: ontwikkeling van zelfstandigheid, spelenderwijs oefenen met pengreep, vormen, tellen, tegenstellingen etc. Vanaf 3 jaar breekt er een belangrijke periode aan voor de ontwikkeling van het samenspel. Kinderen maken dan een start met het ‘met’ elkaar spelen in plaats van ‘naast’ elkaar spelen zoals in de periode hiervoor. Tevens kunnen ze op deze leeftijd steeds beter gesprekjes voeren met volwassenen en onderling.

Filosoferen met kinderen en samen leren spelen

Aanbod

Altijd Lente ziet in deze laatste punten belangrijke extra ontwikkelkansen voor deze kinderen en heeft hierop een programma ontwikkeld voor 2 à 3 ochtenden in de week. Elke ochtend kent twee vaste onderdelen: filosoferen met kinderen en samen leren spelen. Doordat dit groepje kinderen enkel uit leeftijdsgenoten bestaat, verdiepen kinderen in hun ontwikkeling op verschillende vlakken.

Om te beginnen maken kinderen kennis met waarden als jezelf kunnen zijn, je inleven in een ander, van elkaar leren en samen doen. Deze waarden komen terug in de begeleiding tijdens de activiteiten. Daarnaast worden de thema’s gericht gekozen zodat kinderen in aanraking komen met diversiteit en de normen en waarden van anderen leren kennen. Voorbeelden van thema’s zijn; Wie ben ik?, waarnemen, groot/klein.

Ten tweede worden de kinderen tijdens het onderdeel ‘filosoferen met kinderen’ geprikkeld tot nadenken. De medewerkers stellen veel vragen en kinderen worden uitgenodigd om op elkaar te reageren.
Daarnaast komt uiteraard de taalontwikkeling uitgebreid aan bod en tevens de sociale en de morele ontwikkeling. Kinderen leren o.a.:

  • zich uiten in een groep met leeftijdsgenoten
  • naar elkaar te luisteren
  • open te staan voor anderen en hun omgeving
  • ontwikkelen een eigen drang tot ontwikkelen *
  • en ontwikkelen een onderzoekende houding **

Tot slot is het onderdeel ‘samen leren spelen’ erop gericht om bovenstaande te oefenen in een spelsituatie waarin de kinderen worden begeleid om een begin te maken met onderling samenwerken. Voorbeelden van activiteiten op dit vlak; een balspel, fantasie spel of een spel met denkwerk; hoe maken we samen een grote stevige tent?

Wat levert het tot nu toe op? Doordat de groep bestaat uit enkel kinderen van 3 jaar, verandert de dynamiek van de groep. Een activiteit kan, door deze dynamiek en de input van de kinderen, een hele andere wending krijgen. Kinderen inspireren elkaar en geven hiermee richting aan hun eigen leerproces. Verlegen kinderen leren de beurt te nemen en hun verhaal te vertellen, andere kinderen leren dat je ook veel plezier kunt beleven aan het verhaal van een ander. Elk kind leert iets unieks wat hem of haar versterkt en verder brengt.

* In het boek “Kriebels in je hersenen’ van N. Bodegraven (2005) wordt aangegeven dat door deze gesprekjes te voeren met kinderen, en de gesprekjes die de kinderen hebben onderling, de kinderen hun eigen drang tot ontwikkelen stimuleren.

Nanda van Bodegraven en Tamar Kopmels, Kriebels in je hersens – Activiteiten en gesprekken met jonge kinderen (2005)

** Uit een Zweeds onderzoek (Ann Philgren) blijkt dat kinderen die door elke week een half uur te filosoferen; een onderzoekende houding ontwikkelen.

Ann S. Pihlgren, Socrates in the classroom – Rationales and effects of philosophising with children (Stockholm University, 2008)

Goede kinderopvang?

Onafhankelijk onderzoek geeft inzicht en bewijst hoog pedagogisch niveau!

Mooie site, goed verhaal.. hoe weet u als ouder of de kwaliteit van de opvang écht goed is en dit de plek is voor u en uw kind?

Altijd Lente biedt al 17 jaar kinderopvang van hoog pedagogisch niveau en bewijst dit door recent onafhankelijk onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven een duidelijk beeld van onze manier van denken en werken: veel aandacht voor de kinderen door een sensitief-responsieve houding en, essentieel in deze, goede afstemming met ouders.

Het onderzoek is eind maart afgerond door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek aan de hand van de Kwaliteitsmonitor. Het NCKO is een samenwerking tussen Universiteit van Amsterdam en Radboud Universiteit Nijmegen. De monitor kan de pedagogische kwaliteit in kaart brengen aan de hand van structurele kenmerken, de materiële omgeving en uiteraard de vaardigheden van de medewerkers.

Trots zijn de resultaten onlangs gepresenteerd aan onze ouders. De resultaten geven de ouder helder inzicht in de kwaliteit en welke elementen en vaardigheden hier een rol hebben. Het onderzoek bewijst dat kleine opvang de kwaliteit kan leveren waar u als ouder naar op zoek bent. Leest u onderstaand uittreksel of het volledige rapport in PDF. Heeft u vragen over het onderzoek of over onze werkwijze/aanpak? Wij horen graag uw reactie.

Een greep uit de resultaten:

  • 92-100% van de medewerkers scoort ‘hoog’ op de vaardigheid sensitief responsief
  • 100% positief op contact tijdens het haal en brengmoment
  • 41,7% HBO opgeleid

Zo, eens even kijken naar de NCKO uitslag

Het rapport in PDF, download! NCKO Kwaliteitsmonitor

HET VOLLEDIGE ARTIKEL
Onderzoek naar pedagogische kwaliteit kindercentrum Altijd Lente

Onafhankelijk onderzoek door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek weerspiegelt de visie op kwaliteit van Altijd Lente

Altijd Lente biedt inmiddels sinds 17 jaar kleinschalige opvang met veel aandacht voor de pedagogische kwaliteit. Er is veel ruimte voor het individuele kind en zijn/haar ontwikkeling. Essentieel is een goede band en afstemming met ouders.

Altijd Lente heeft de afgelopen jaren ervaring opgedaan in het werken met kinderen en een eigen manier ontwikkeld om de pedagogische kwaliteit te waarborgen. Er ontstond de behoefte om de kwaliteit op een andere manier te toetsen en een onafhankelijk, objectief onderzoek te laten uitvoeren.

Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) heeft het eerste kwartaal van dit jaar aan de hand van het instrument ‘de kwaliteitsmonitor’ de pedagogische kwaliteit in kaart gebracht. Er zijn 3 punten onderzocht. Ten eerste de vaardigheden van de medewerkers; welke vaardigheden laten de medewerkers zien op verschillende momenten; worden de kinderen ondersteund en gezien? Ten tweede is er gekeken naar de kwaliteit van de leefomgeving; hoe zien de ruimtes er uit, hoe is het aanbod van het speelgoed? Ten derde is de structurele kwaliteit beoordeeld: wat is de kans dat een kind hetzelfde kind tegenkomt om mee te spelen binnen dezelfde week en hoe vaak ziet een kind dezelfde medewerker terug in hetzelfde tijdsbestek?

Wat verstaan we onder kwalitatief goede opvang? De kwaliteitsmonitor van het NCKO meet alle onderdelen naar algemene maatstaven en toets de resultaten niet aan het beleid en visie van de organisatie.
Altijd Lente is een klein bedrijf en dit heeft gevolgen voor de interpretatie van de gegevens. Een kleine steekproef maakt dat een hoge score het gemiddelde direct naar boven brengt. Dit geldt echter ook voor de slechtere scores. Daarnaast maakt de kleine steekproef een directe vergelijking met andere onderzoeken moeilijk. Interessanter is de vraag: ‘Laten de resultaten zien wat Altijd Lente beoogt te doen?’

Goede opvang valt of staat met de medewerkers op de groep; medewerkers hebben een sleutelrol. Altijd Lente is in haar sollicitatie procedure op zoek naar medewerkers met meer in hun mars dan een MBO 3 diploma; dit kan een talent zijn of kennis. Het onderzoek laat zien dat de verhouding van het opleidingsniveau van de vaste medewerkers op de groepen 58,3% MBO en 41,7 % HBO geschoold is.

Goed geschoolde medewerkers zijn een must. Volgens Altijd Lente stopt het hier niet. Het onderhouden van kennis, het bewust werken volgens richtlijnen van het beleid, zijn continue processen en krijgen veel aandacht in de begeleiding van de medewerkers. Het onderzoek laat zien dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt. Ten eerste zijn er weinig verschillen als het gaat om de sensitieve responsiviteit naar de kinderen toe tussen de verschillende groepen. Ten tweede liggen de scores van de kwaliteit van de leefomgeving op de verschillende groepen ook dichtbij elkaar. Deze kwaliteit heeft betrekking op de onderdelen; halen en brengen, ruimte en inrichting, activiteiten, taal, omgang met kind en programma. Tot slot blijken de medewerkers goed in staat te zijn om de eigen krachten en ontwikkelkansen te benoemen daar deze overeen blijken te komen met de krachten en ontwikkelkansen van Altijd Lente.

Vanuit de visie op de ontwikkeling van kinderen van Altijd Lente, is er veel aandacht en ondersteuning voor het individuele kind op de groep. Medewerkers hebben een sensitieve houding; ze volgen de kinderen en spelen in op wat ze signaleren. De resultaten laten dit uitgangspunt duidelijk zien. De sensitieve responsiviteit komt terug in het onderzoek als vaardigheden met enkel de hoogste scores.
Daar waar eerder de opvang van baby’s op dit punt extra aandacht behoefte (*landelijke meting 2008, rapport mei 2009), is dit voor Altijd Lente anders. De scores zijn zowel op de peuter als op de babygroepen hoog en dit maakt dat Altijd Lente ook voor de baby’s een goede plek is. Een hoge score wordt door de NCKO kwaliteitsmonitor (*2009, blz. 53) dan ook omschreven als een warme belangstelling voor de kinderen en het geven van emotionele steun wanneer kinderen dit nodig hebben.
Verder valt op te merken dat deze vaardigheid ook op lastigere momenten, als het overgangsmoment, waarbij alle kinderen tegelijk aandacht en ondersteuning nodig hebben, deze hoge responsiviteit gewaarborgd blijft.

Medewerker van Altijd Lente hebben goed en regelmatig contact met ouders en zorgen voor een warm welkom voor nieuwe ouders en kinderen. Er is sprake van afstemming tussen wat er thuis gebeurt en op de groep, en maakt dat het kind zich veilig en vertrouwd voelt en zich kan ontwikkelen. De informatie uitwisseling komt elke dag ruimschoots aan bod tijdens het haal en brengmoment. In het onderzoek komt deze waarde duidelijk naar voren door een maximale score van 100% op alle positieve punten.

Altijd Lente heeft een eigen ‘kwaliteitssysteem’ waarmee ze haar eigen kwaliteit waarborgt en waar nodig bijschaaft en naar een hoger level brengt. Dit jaar is er op de groepen gestart met het ontwikkelen van extra aanbod voor peuters vanaf 3 jaar. Het aanbod is gericht op de ontwikkeling van het zelfstandig denken in groepsverband o.a. aan de hand van de activiteit ‘filosoferen met kinderen’. Er is extra aandacht voor de sociale interacties tussen de kinderen, het zelfstandig leren nadenken met als gevolg een onderzoekende open houding naar elkaar en de wereld om ons heen.
Het NCKO onderzoek geeft tevens deze vaardigheden (ontwikkelingsstimulering en het begeleiden van interacties) aan als ontwikkelkansen. Altijd Lente breidt de aandacht deze gebieden verder uit voor alle kinderen, door hier gericht op te coachen op de werkvloer o.a. aan de hand van Video Interactie Begeleiding.

De groepen van Altijd Lente zijn gevestigd in oude woonhuizen wat een huiselijke sfeer met zich meebrengt. Altijd Lente kiest voor een rustige uitstraling in de inrichting met veel natuurlijke materialen. Beide punten zorgen dat op een aantal onderwerpen in het onderzoek lager wordt gescoord. Vanuit de eigen visie ziet Altijd Lente een aantal punten dan ook niet als ontwikkelpunten. Om een voorbeeld te geven; Altijd Lente wil actief met kinderen omgaan gedurende de dag en kiest er voor om geen tv aan te bieden. Dit onderwerp ziet AL dus niet als een ontwikkelpunt. Daarnaast zorgt de structuur van de panden ervoor dat een aantal punten moeilijk te verbeteren zijn. De ontwikkelkansen op het gebied van de buitenruimtes en het direct toegankelijk maken van materialen voor de kinderen, worden de komende periode verder bekeken en waar mogelijk verbetert.

Altijd Lente is een vertouwde plek voor het kind en ouder. Belangrijk is dat iedereen elkaar goed kent en er regelmatig contact is. Om deze reden wordt er gewerkt met vaste medewerkers en een kleine vaste invalpool in plaats van een uitzendbureau. Voor de kinderen draagt ook een bekende groep kinderen bij aan het gevoel van veiligheid. Er zijn dan ook afspraken over het ruilen van dagen en een minimale afname van dagen.
In het onderzoek is de structurele kwaliteit gemeten. De stafstabiliteit (kans dat een kind een medewerker weer treft in de week) ligt iets onder het landelijk gemiddelde. Dit is te verklaren doordat Altijd Lente werkt met wisseldiensten per 2 groepen. Dit heeft als voordeel dat zowel aan het begin en aan het eind van de dag er contact kan zijn met de ouder en een medewerker die deze dag zijn of haar kind heeft meegemaakt. Medewerkers maken t.o.v. het landelijk gemiddeld langere dagen waardoor zij voltijd werken in 4 dagen i.p.v. 5. De groepsstabiliteit (kans dat een kind een ander kind weer treft in de week) is hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit geeft kinderen eerder een kans om een band op te bouwen met andere kinderen en vriendschappen te sluiten.

Altijd Lente is trots op de uitslag en is hiermee bevestigd in de belangrijke accenten die zij wil leggen en deze duidelijk en op alle groepen naar voren komen. De kracht van Altijd Lente is de sensitief responsieve houding en het goede contact met ouders. Dit maakt Altijd Lente al 17 jaar een warme en goede plek voor kinderen en hun ouders.

*De Kruif, R.E.L., Riksen-Walraven, J.M.A., Gevers Deynoot-Schaub, M.J.J.M., Helmerhorst,
K.O.W., Tavecchio, L.W.C., & Fukkink, R.G., (2009). Pedagogische kwaliteit van de
opvang voor 0- tot 4-jarigen in Nederlandse kinderdagverblijven in 2008.
Amsterdam/Nijmegen: NCKO.

*Gevers Deynoot-Schaub, M.J.J.M., Fukkink, R.G., Riksen-Walraven, J.M.A., de Kruif,
R.E.L., Helmerhorst, K.O.W., & Tavecchio, L.W.C., (2009). De NCKO
Kwaliteitsmonitor. Amsterdam: SWP voor 0- tot 4-jarigen in Nederlandse kinderdagverblijven in 2008

Het rapport in PDF, download! NCKO Kwaliteitsmonitor.

Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek

In mijn vorige blog had ik het er al even over; het onderzoek door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO). Het NCKO heeft een kwaliteitsmonitor ontwikkeld om de kwaliteit van de opvang voor nul tot en met vierjarigen te kunnen meten. Kinderopvang organisaties kunnen dit zelf doen.

Altijd Lente heeft kwaliteit hoog in het vaandel en is bewust kritisch naar eigen aanbod. Hoe doen we het en wat zijn de punten waar we in kunnen verbeteren en verfijnen? De kwaliteitsmonitor is dus een mooi instrument om te gebruiken en zelf een inschatting te maken. We hebben ervoor gekozen om een stap verder te gaan; een nulmeting pedagogische kwaliteit door de onderzoekers van het NCKO zelf.

De afgelopen weken was het voor ons zover en hebben we ons ‘laten beoordelen’ aan de hand van observaties op de groepen, het filmen van alle vaste medewerkers en planningen van kind en personeel. Vorige week zijn de laatste observaties afgerond.

Wat en hoe is er precies gemeten? Het onderzoek bestaat uit 3 onderdelen:

“Kwaliteit van de leefomgeving”.
De observator van het NCKO heeft hiervoor gekeken naar de ruimte; hoe is deze ingericht, zijn er speelhoeken, welk speelgoed is er en wat kunnen de kinderen zelf pakken? Daarnaast is er ook aandacht voor zaken van een meer organisatorische aard; hoe vaak gaan we naar buiten en bieden we activiteiten en hoe verloopt het brengmoment?

“Interactievaardigheden”.
Alle vaste medewerkers zijn op 3 momenten gefilmd. Deze films worden door het NCKO gescoord op de 6 vaardigheden van de medewerker in interactie met de kinderen te weten; sensitieve responsiviteit, respect voor de autonomie van het kind, structureren en grenzen stellen, praten en uitleggen, ontwikkelingsstimulering en het begeleiden van interacties tussen kinderen.

“Structurele kwaliteit”
Factoren die van invloed zijn op deze kwaliteit zijn de werkdagen van de medewerkers op een groep en de dagen welke elk kind naar Altijd Lente komt. Hoe meer overlap des te hoger de stabiliteit.

De observaties en het filmen was natuurlijk spannend voor de medewerkers op de groep. En dat blijft het nog even… De resultaten verwachten we voor het einde van het kwartaal!

De pedagogisch medewerker bevordert positieve interactie

Dit jaar is er een groot onderzoek afgerond naar pedagogische kwaliteit door het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO). Uit dit onderzoek blijkt o.a. dat pedagogisch medewerkers gemiddeld minder scoren op ‘het begeleiden van interacties tussen kinderen’.

M. Riksen-Walraven heeft de sensitief responsieve houding beschreven. Deze bestaat uit 6 interactievaardigheden, waaronder ‘het begeleiden van interacties’. Deze vaardigheid heeft betrekking op de mate waarin de pedagogisch medewerker aandacht besteed aan positieve interacties tussen kinderen en deze probeert te bevorderen.

  • Hoe kun je positieve ervaringen bij kinderen stimuleren?
  • En de negatieve patronen tussen kinderen ombuigen, zodat ze niet uitbreiden?
  • En hoe zorg je er spelenderwijs voor dat de kinderen normen en waarden meekrijgen?

Jonge kinderen hebben al vroeg een sociaal leven met elkaar. Zodra kinderen mobieler worden tonen ze meer belangstelling voor elkaar. Dat begint al bij het kunnen draaien van het hoofd, naar andere kinderen toe. Kinderen leren door naar elkaar te kijken, te imiteren en elkaar uit te dagen. Kinderen checken daarbij regelmatig af bij volwassenen en op de groep bij de pedagogisch medewerker, door te kijken wat de medewerker ervan vindt. Is het bijv. goed, leuk of gevaarlijk? Kinderen maken op zo’n moment ook kennis met de sociale normen en waarden.

Om ervoor te zorgen dat negatieve patronen niet uitbreiden, kun je de nadruk leggen op wat wel mag en dus positieve interactie is. Voorbeelden van deze positieve interacties zijn: naar elkaar luisteren, samen plezier te maken, elkaar helpen, samen conflicten oplossen en rekening te houden met elkaar. Stoppen van gedrag dat niet mag, is voor jonge kinderen moeilijker dan het opvolgen van de aanwijzingen voor goed gedrag. Bovendien leren ze, door de nadruk op de positieve interacties, ‘goed’ alternatief gedrag wat ze in een andere situatie weer in kunnen passen.

Een dag Altijd Lente zit vol sociale momenten en dus ook mogelijkheid tot bevorderen van positieve interacties tussen de kinderen door de meewerkers. Hoe kun je hier actief aandacht aanbesteden? En hoe zien we dat terug bij de kinderen?

Het begint al bij binnenkomst door kinderen positief attent te maken op elkaar: “Kijk eens wie we daar hebben, goedemorgen…! Zien jullie dat?”. Door veel namen te benoemen leren de kinderen elkaar goed kennen en voelen ze zich gekend. Een kind dat wijst en ‘baby’ zegt kan beantwoord worden met: “Ja, dat is Janneke, Janneke is een baby”. Zo krijgt ook Janneke een eigen plek in de groep.

Een ander voorbeeld op de babygroep:
Medewerker deelt de slabbetjes uit aan de kinderen aan tafel. Ze geeft bij elk slabbetje aan ’en deze is voor…’. Kinderen voelen zich ‘gezien’, kijken naar elkaar en checken ook weer af bij de medewerker. Lacht de medewerker omdat een kindje enthousiast de slabber ontvangt? Grote kans dat andere kinderen dit imiteren en ook enthousiast gaan reageren. Door dit vaker te herhalen wordt het een ritueel en weten kinderen wat er komt. Dit zorgt voor rust en de mogelijkheid om volledig gericht te zijn op elkaar en te ontwikkelen op sociaal gebied.

Samen eten is een gezellig sociaal gebeuren. Kinderen leren de regeltjes die sociaal ‘gepast’ zijn aan tafel. We zitten met zijn allen aan tafel als we eten, ‘alsjeblieft’ en ‘dank je wel’ etc. Het is ook het moment voor een praatje: “Wat heb jij gedaan vanmorgen? Wat zullen we vanmiddag doen?” Ook de tafel gezellig maken door te dekken met bordjes, een broodmand en een lichtje op tafel tijdens donkere herfst dagen etc. Alle kinderen van brood en melk voorzien kan niet in een keer, en het is wel zo gezellig als we gezamenlijk zingen en gaan eten. Kinderen worden zich bewust van elkaar door vragen als: ‘Kunnen we al beginnen? Heeft iedereen een boterham?’

Kinderen leren dat er verschillen zijn tussen kinderen en leren rekening houden met elkaar. Ze leren dat kleine peuters soms wel van tafel mogen omdat het voor hen nog moeilijk is om lang stil te zitten, dat grote peuters al zelf boterhammen kunnen smeren en wiebelen aan tafel kan je buurman of buurvrouw leuk vinden of juist helemaal niet.

Oudere kinderen leren steeds beter samen spelen. Daarnaast is het eigen spel ook in ontwikkeling; groei in duur en concentratie. Kinderen hebben dus ook ruimte nodig om zelf te spelen en niet alleen op anderen gericht zijn. Een ruimte in de groep om je terug te trekken is dan van belang en uitleg dat ‘Jan even alleen wil spelen’.

Bij het stimuleren van positieve interacties is ook de indeling van de ruimte belangrijk. Is een speelhoek te klein, dan zullen kinderen elkaar vaak in de weg zitten en zullen er negatieve interacties zijn. De speelplekken duidelijk afbakenen, door bijv. een mat neerleggen om op te bouwen, maakt ook dat (samen)spel meer verdiept.

Groepssamenstelling is ook een belangrijke factor. Vriendschappen (en dus positieve interacties en patronen) worden pas gesloten als kinderen elkaar kennen en zich veilig voelen op de groep. In een groep waar veel kinderen wisselen is dit dus lastiger. Denk daarbij aan kinderopvang waar kinderen een dag of zelfs halve dagen komen. Dit is o.a. de reden waarom Altijd Lente voor minimaal 2 dagen opvang aanbiedt.
Medewerkers kunnen ook bewust bijsturen als het gaat om een groepsamenstelling door op een dag door bijv. bepaalde kinderen een activiteit te laten doen om een verlegen kind verder te helpen in aangeven wat ze wil etc.

En wat zie je ervan terug? Kinderen kennen elkaar goed op de groep; ze reageren enthousiast bij het weerzien van elkaar en hebben soms een eigen gezamenlijk spel wat meteen start. Zo kunnen kinderen meteen ‘pakkertje’ gaan spelen door achter elkaar aan te rennen, te lachen en op de peutergroep elkaar te wijzen op eventuele monsters..zoals ze bijv. de dag ervoor gespeeld hebben. Een mooi voorbeeld van de peutergroep is dat kinderen elkaar aanspreken op sociale groepsafspraken. ‘Nee, we gaan nog niet van tafel, nog even wachten, bijna…’ Hieruit blijkt dat kinderen de afspraken goed kennen, naar elkaar kijken en deze afspraken op henzelf maar ook naar hun buurman aan tafel betrekking hebben. Zeker een compliment waard dus.

Gebruikte bron tevens leestip: Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar van Elly Singer en Loes Kleerekoper.

Artikel ‘de juf’ Entoenentoen nr 19

Louise Oudshoorn (49), pedagogisch medewerkster bij het Amsterdamse kinderdagverblijf Altijd Lente, is gek op voorlezen.
Lees je al lang voor aan kinderen? “Mijn zoon is nu 18, dus sowieso al een jaar of 17. Ik werk al 13 jaar met kinderen; bijna dagelijks lees ik voor. Ik vind het zo fijn. Je bent samen met iets bezig. Zonder dat ze het beseffen, leren de kinderen te luisteren, en ontwikkelen ze hun woordenschat. Als een kindje verdrietig is omdat mama of papa net vertrokken is, leid ik ze graag af met een boekje. En al snel komen andere kinderen koekeloeren – en voelt het verdrietige kindje zich minder alleen.”

Lees het volledige artikel: open PDF

Artikel entoenentoen

Nee!

In juni is de openbare ouderraadvergadering geweest waarin ik een presentatie heb gegeven over het positief opvoeden; hoe ga je ermee om als je kind iets anders wil dan jij. Hier sluit dit op aan. Deze keer aandacht voor de fameuze ‘nee’ fase.

De ‘nee’ fase, wat is dat nou precies? Het is een fase waarin een peuter zich verzet tegen volwassenen. De leeftijd van de peuter varieert van ongeveer 2 tot 4 jaar, hoewel er vaak al ‘voortekenen’ zijn rond de 1,5 jaar. In een koppige bui van de peuter maakt het vaak niet uit wat je vraagt of zegt het antwoord is, jawel, NEE! Dit verzet kan ook tot boze driftbuien leiden.

Het verzet van een kind in deze leeftijd is een teken van ontwikkeling. Het zelfbewustzijn van de peuter groeit en de peuter ontdekt dat hij/zij controle heeft over situaties. De peuter ervaart dit door bijv. iets anders te doen dan dat van haar/hem gevaagd wordt. Vaak door juist het tegenovergestelde te doen (als je vraagt ‘kom je?’ dan lopen ze juist weg!). In deze fase draag je juist bij aan deze ontwikkeling als kinderen de kans krijgen om deze kleine momenten van controle te krijgen en te ervaren (en anders het gevoel krijgen dat hetgeen dat zij willen niet wordt afgekeurd of doorbroken als iets niet kan). Dit zorgt o.a. voor meer zelfwaardering bij het kind en een positieve sfeer. Maar hoe doe je dat? En hoe kun je dan een strijd voorkomen?

  • Je kunt het verzet van de peuter benaderen met wat humor. Loopt de peuter juist weg in plaats van naar jou toe, maak er dan een pakspelletje van i.p.v. boos te worden omdat de peuter niet luistert. Ook expres het verkeerde laten zien maakt ook dat de peuter eerder meebeweegt; trek een trui verkeerd aan of ruim de puzzels op in de badkamer. Vaak komt de peuter je dan ‘te hulp’.
  • Je kunt de peuter afleiden. Wil de peuter bijvoorbeeld zijn broek niet aan, begin dan over iets anders bijvoorbeeld over het kinderboerderij bezoekje van gister en vraag naar de dieren die hij gezien heeft. Op deze manier ‘vergeet’ de peuter dat hij zijn broek niet aanwilde. Oudere peuters zijn wel wat moeilijker af te leiden dan de jongere.
  • Je kunt de peuter een alternatief bieden.

De peuter wil bijvoorbeeld graag buiten fietsen maar dit kan niet omdat het regent buiten. Peuters zijn gebaat bij uitleg maar dit is vaak nog niet voldoende, de peuter kan blijven vasthouden aan het buiten fietsen. Sta stil bij het gevoel door het te benoemen en stel dan iets voor waar hij wel op dat moment mee kan spelen. Werkt dit niet helemaal dan kun je het nog meer kracht bij zetten door te vragen om ‘samen’ te spelen. Je helpt de peuter dan weer op gang in zijn spel.

Is de peuter al iets ouder dan is een optie om aan te geven wanneer iets wél kan, bijvoorbeeld als het straks droog is buiten, dan mag je fietsen. Of als een peuter wil spelen als het aan het eten is dan kun je vertellen wanneer het wel kan namelijk ‘als je je boterham op hebt, dan mag je spelen’.

Mag iets niet, vertel wat wel mag! Bijvoorbeeld ‘je mag niet met je voeten onder het kleed’ lokt vaak bij een peuter uit dat de voeten er nog net een stukje verder onder gaan. Terwijl als je zegt: ‘leg je voeten maar op het kleed’ dan zullen ze dit wel doen. Je stelt je dan alternatief gedrag voor.

  • Je kunt ook een alternatieve plek bieden. Als een peuter wil fietsen op een te drukke plek dan kun je de ruimte kaderen. Teken met krijt een baan waar hij wel mag rijden. Een ander voorbeeld; stoort de ene peuter de andere in spel door een dansactiviteit, maak dan een dansvloer van bijv. een speelmat.
  • Je kunt de peuter laten kiezen. Wil de peuter geen schoenen aan, dan kan het helpen om de peuter de volgende keer bijvoorbeeld te laten kiezen welke schoenen hij aan wil. Geen keuze qua schoenen voor handen dan is er nog de keus; wil je het zelf doen of zal ik je helpen? Als een peuter in deze fase het gevoel heeft zelf een keuze te mogen maken dan zal het verzet waarschijnlijk verminderen.
  • Je kunt de vraag negeren. De peuter wil voor de zoveelste keer een snoepje maar jij vindt het nu echt genoeg. Je kunt dan uitleggen waarom jij het genoeg vindt. De peuter zal waarschijnlijk nog doorvragen daarna. Je kunt dan het moment duidelijk afronden door bijvoorbeeld te benoemen dat je iets anders gaat doen; de was opvouwen. Als je verder niet op meer ingaat op de snoep vraag en dus de vraag negeert (je hebt immers al duidelijk antwoord gegeven) dan ga je de strijd niet aan en zal het verzet afnemen.

Natuurlijk zijn er ook zaken waarin er geen ‘keuze’ is voor de peuter. Dit zijn situaties die gevaarlijk of ongezond zijn. Stel in gevaarlijke/ongezonde situaties dan ook een duidelijke grens. Naast de situaties waarin er gevaar dreigt of die ongezond zijn, zijn er nog voor de peuters wel kleine ‘overwinningen’ te behalen waarin de peuter het gevoel heeft zelf te kunnen bepalen. Deze ’overwinningen’ zijn belangrijk om het gevoel te creëren dat hun mening er toe doet, wat positief bijdraagt aan het gevoel van eigenwaarde en de ontwikkeling van de zelfstandigheid.

Door Vanessa Meerhoff, 17 aug 2011

Sleutelrol voor pedagogisch medewerker

In 2005 beschreef Marike Vroon in tijdschrift Kinderopvang al dat de pedagogisch medewerkers (toen nog leidsters genoemd) een sleutelrol hebben op de groepen. Altijd Lente ondersteund deze visie. Je kunt een prachtig pand hebben met het mooiste speelgoed maar bij Altijd Lente hebben we dikwijls geroepen dat goede opvang zelfs in een garage kan!

Helaas is het beeld van de werkzaamheden van de pedagogisch medewerkers in de kinderopvang nog te vaak ‘thee drinken terwijl de kinderen spelen.’ In dit stuk probeer ik meer inzicht te geven in de sleutelrol; Wat doe je allemaal als pedagogisch medewerker op een dag en met welk doel? De doelen van de kinderopvang zijn in de loop der jaren uitgebreid, en geeft hierbij een belangrijke rol aan pedagogisch medewerkers als het gaat om de opvoeding van kinderen.

Deze pedagogische basisdoelen zijn geformuleerd door Marianne Riksen Walraven;
1. Het bieden van een gevoel van (emotionele) veiligheid
2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie
3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competentie
4. Kinderen de kans geven om zich de normen en waarden van de cultuur van een samenleving eigen te maken.

Kinderen moeten zich als eerste emotioneel veilig voelen op een groep; vertrouwd zijn met de ruimte, de verschillende kinderen en natuurlijk de pedagogisch medewerkers. Pedagogisch medewerkers zorgen ervoor dat de dag volgens een bepaalde structuur verloopt. Deze structuur geeft kinderen duidelijkheid en veiligheid; de dag wordt meer voorspelbaar. Verder zorgt de pedagogisch medewerker ervoor dat het contact met andere kinderen in goede banen wordt geleid. Cruciaal voor het gevoel van veiligheid is dat er wordt ingespeeld op de behoefte en signalen van de kinderen en daarvoor kijkt en luistert de pedagogisch medewerker naar de kinderen en speelt in op wat zij signaleert.

Voor het ontwikkelen voor de persoonlijke competentie kun je o.a. denken aan de verschillende ontwikkelingsgebieden bijv. de taalontwikkeling. Pedagogisch medewerkers bieden veel taal aan op de groepen en geven kinderen daarna de ruimte om hierop te antwoorden of te reageren. Door te benoemen wat gaat komen of wat pedagogisch medewerker zelf doet (ik ben boterhammen aan het smeren), leren kinderen nieuwe woorden en weten ze waar ze aan toe zijn; dit draagt weer bij aan het gevoel van veiligheid. Om een ander voorbeeld te geven; kinderen ontwikkelen motorisch niet zo snel als ze vaak in een wipper zitten. Daarom creëren pedagogisch medewerkers situaties door bijvoorbeeld veel ruimte te geven op de babymat zodat de baby’s kunnen rollen en kunnen zien wat de ‘grotere’ doen.

Wat kinderen van elkaar leren op sociaal gebied is afhankelijk van de pedagogisch medewerker. Kinderen betrekken bij het troosten van een verdrietig kind is ontzettend leerzaam en ook het stimuleren van ‘het elkaar helpen’ bijv. bij het maken van een moeilijke puzzel, speelgoed delen en omdebeurt met iets te spelen.
Het eigen maken van normen en waarden komen ook terug op de groep; elkaar geen pijn doen, voorzichtig omgaan met spullen, respectvol omgaan met natuur etc. Deze zaken leren kinderen doordat er begeleiding van de pedagogisch medewerker is.

Daar houdt het nog niet op want om bovenstaande goed te kunnen doen is er algemene kennis nodig over de ontwikkeling van kinderen, kennis over verzorging en is het natuurlijk belangrijk dat de pedagogisch medewerkers elk kind goed kennen. Het vraagt verder om organisatie vermogen; situaties kunnen structureren, observeren, analyseren, creatief zijn in het bedenken van oplossingen, activiteiten bieden zowel individueel als aan de groep en natuurlijk veel geduld en warmte!

Verder werk je nauw samen met collega’s en dus is het van belang om af te blijven stemmen met collega’s (o.a. op een lijn blijven naar de kinderen toe) en contact te onderhouden met ouders over ontwikkeling en stimulering van het kind. Natuurlijk heeft pedagogisch medewerker hier ook kennis nodig over hygiënisch werken en veiligheid op de groepen.

Goede opvang valt of staat bij de pedagogisch medewerker en al deze vaardigheden!
Laatste vroeg een collega aan mij wat ik graag zou willen bereiken. Graag zou ik willen bijdrage aan de beroepstrots van de pedagogisch medewerker!

Door Vanessa Meerhoff, 6 juni 2011

Kindercentrum Altijd Lente

020 672 21 05


Vestiging 1 & postadres:
Willemsparkweg 211 H
1071 HC Amsterdam
Registratie 137157587

Vestiging 2:
Willemsparkweg 148 O
1071 HS Amsterdam
Registratie 135535359

Registratienummers Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB):
100008283 (211), 10033105 (148)

Kindercentrum Altijd Lente. Al 15 jaar niet zomaar een kinderdagverblijf